Start
Omhoog
Private uitbesteding
Openbare Armenzorg
Gehandicaptenzorg
Gezinsverpleging


Ontwikkelingen in de pleegzorg

Vroegmoderne Tijd

De gezinsverpleging



 
 
Vroegmoderne Tijd • 19e eeuw • 20e eeuw

 
 


De gezinsverpleging in Geel wordt nu en dan voorgesteld als het oermodel, niet alleen van de zorg voor hulpbehoevende psychiatrische patiŽnten, maar ook van de pleegzorg in het algemeen. Daarvoor is het systeem toch te veel een uitzondering en bovendien was gezinsplaatsing destijds voor alle kinderen, bejaarden of personen met een beperking die opvang en zorg behoefden de eerste en meest voor de hand liggende oplossing. Ook voor personen met een mentale beperking of psychische problematiek zocht men naar gezinnen en niet enkel in Geel.

 

 
 


Wellicht kunnen we feitelijk pas spreken van een georganiseerde gezinsverpleging in Geel vanaf de vijftiende eeuw. Er kwamen een ziekenkamer voor de eerste opvang, enige regelgeving en een kapittel van kanunniken om de gezinsverpleging te organiseren en toezicht te houden op de verpleegden en de pleeggezinnen. In de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw hebben Geel en het bedevaartsoord echter te maken met de contestatie van de katholieke kerk, inclusief beeldenstormen, Spaanse en Hollandse furies, en de voortdurende gevechten tussen de Spaanse troon en de Nederlandse gewesten. De uitoefening van de katholieke godsdienst met al zijn luisterrijke manifestaties werd op veel plaatsen onmogelijk gemaakt. Zoals zovele priesters moesten ook die van Geel in deze periode meermaals elders een veilig onderkomen zoeken. De werking lag dan ook meermaals compleet stil. Dat was het geval tegen het einde van de zestiende eeuw en enkele decennia later in de zeventiende eeuw. Ondertussen zocht de kerk naar een nieuw elan en alles werd eraan gedaan om de cultus te handhaven en te stimuleren. In dit klimaat van aanmoediging en ontmoediging bleven toch dit volksgeloof, de traditie en de hoop op genezing overeind, al nam op het einde van de zeventiende en zeker in de achttiende eeuw de secularisatie van de gezinsverpleging toe. Ook in de achttiende eeuw kon Geel niet aan het oorlogsgeweld ontsnappen. Na de annexatie van BelgiŽ door Frankrijk werd het systeem van de Geelse gezinsverpleging zelfs officieel afgeschaft. Zoals in het volgende deel zal blijken zal de kolonie ook deze kaap kunnen ronden.

 
 

 

 
 


Anders dan in Geel, was de gezinsverpleging in Brugge en Mechelen niet in eerste instantie gericht op heiligenverering. Daar lagen de familiale plaatsingen ook minder geconcenteerd in een buurt, wijk of dorp. Ze namen er in principe ook geen patiŽnten op van andere steden en gemeenten. In 1791 verbleven in Brugge 192 zieken ďbij burgers op stadskostenĒ, maar uit de cijfers kunnen we niet opmaken hoeveel er feitelijk bij hun familie, bij bekenden of in vreemde pleeggezinnen verbleven. In datzelfde jaar telde men in Mechelen 114 zieken in gezinsplaatsing, van wie tien in Mechelen zelf waren geplaatst, tweeŽnveertig in de buitendorpen en vijfentwintig bij familieleden of vrienden. Mechelen had toen ook zevenendertig geesteszieken in Geel geplaatst. Voor Geel zelf hebben we geen cijfers voor dat jaar, maar in 1755 telde men er 272 zieken geplaatst in 131 gezinnen.

De plaatsing in pleeggezinnen van mensen met een psychiatrische problematiek of verstandelijke beperking in deze periode kunnen we dus niet volledig laten samenvallen met het unieke Geelse systeem van gezinsverpleging. Ook de meeste dorpen plaatsten hun geesteszieken net zoals andere armen die ze moesten verzorgen, bij gezinnen in de eigen gemeente. Alles samen hebben we het dus over honderden 'krankzinnigen en zwakzinnigen' of 'sotten en simpelen' die in pleeggezinnen verbleven.

 

 
 


Wanneer vanaf de zeventiende eeuw meer en meer armenbesturen hun geesteszieken naar Geel begonnen te sturen deden ze dat via hun eigen bemiddelaars ter plaatse zonder zich per se in te schrijven in de daar gangbare boeterituelen. In het algemeen werd gezinsverpleging in deze periode dan ook toegepast met verschillende bedoelingen :

  1. het bieden van verzorging, kost en inwoon aan de geesteszieken aan een betaalbare prijs ;

  2. het nastreven van orde en rust in de eigen stad ;

  3. het aanbieden van een verblijf in de buurt van de patroonheilige Sint-Dimpna en een therapie met het oog op genezing of verlichting voor de zieke. Daarvoor diende de zogenaamde hagio-therapie waarbij de zieke door het ritueel van diverse boetedoeningen, exorcisme en volksgeneeskundige gebruiken kon genezen ;

  4. het nastreven van het positieve effect van de gezinsplaatsing zelf, met name door de verandering van lucht en van omgeving, maar ook door de nauwe band die kon ontstaan met de kostgevers.

 
 


De meeste uitbestede geesteszieken konden waarschijnlijk gedurende de hele plaatsing bij hetzelfde gezin blijven. Dat was alleszins het geval in Geel. Overplaatsing was maar aan de orde als er onvoldoende zorg aan de zieke werd besteed, de kostgever overleed of verhuisde, de onderhandelingen over de hoogte van het kostgeld niet tot een overeenkomst leidden, de kostgevers te oud werden om nog verder voor hun gast te kunnen zorgen of als de zieke onhandelbaar werd of de verzorging te zwaar.

Dat was ook zo in Mechelen. Daar bleven in de achttiende eeuw meer dan 75% van de zieken in hun eerste pleeggezin. Mogelijk lag dit anders in kleinere gemeenten waar de armen, en dus ook de zachtaardige simpelen, die afhingen van de Tafels van de Heilige Geest jaarlijks werden uitbesteed aan de laagst biedende. De opname in hetzelfde pleeggezin was dan niet gegarandeerd.


 
 

© Erik Zwysen, 25 juli 2016
laatste aanpassing 08 januari 2017