Ontwikkelingen in de pleegzorg

Vroegmoderne Tijd

Pleegzorg voor personen met een handicap

 
Vroegmoderne Tijd • 19e eeuw • 20e eeuw

 

 

Pleegzorg voor personen met een handicap komt in ons land al eeuwen voor als uitbesteding of gezinsverpleging. Vaak werden gehandicapten in een adem genoemd met armen en behoeftigen. Pas na 1967, wanneer de basis wordt gelegd voor een autonome gehandicaptenzorg, krijgen diensten voor gezinsplaatsing een kans.

 

Van de Grieken tot de middeleeuwen

 

top

Bij Grieken en Romeinen werd wie afweek van hun menselijk ideaal verworpen en bespot. Het doden van pasgeborenen met een gebrek was in de Romeinse tijd toegelaten - we weten niet of het ook systematisch gebeurde. De Joodse traditie zag de handicap als het gevolg van een zonde die de betrokkene of zijn ouders hadden bedreven.

Christus brak met die traditie. Toch schijnt de middeleeuwse kerk de band tussen zonde en handicap weer aan te wakkeren. Ze vond een vruchtbare voedingsbodem bij de barbaren in hun bestaande taboes en zuiverende rites rond seksualiteit en zwangerschap. Echtelijke betrekkingen werden verboden tijdens de menstruatie, het zogen, de vastentijd of op zondagen. Anders kreeg je kinderen die lam, doof, kreupel, misvormd, lepreus of epileptisch waren. Een zichtbare handicap zou de schuldbewuste ouders daarom aanzetten tot het achterlaten van hun kind. Het is niet zeker of ze ook door andere gezinnen werden opgenomen zoals gezonde vondelingen.

De caritas gebood echter ook de zorg voor hun opvang. De kloosters aanvaardden sinds de vierde eeuw kinderen uit de omgeving om die reden. Afstand ging gepaard met een gift en leek dus eerder weggelegd voor ietwat meer begoede ouders. Sommige abten beklagen zich over het grote aantal gebrekkigen in hun kloosters. Andere gehandicapten waren echter op eigen overleving aangewezen. Met een lichte handicap konden ze nog wel terecht in hun dorp of op de boerderij. Anders waren ze aangewezen op bedelarij en zwerftochten.

 

 

 

Uitbesteding was de regel

 

top

Samen met armen, werklozen, daklozen en bedelaars vormen de invaliden tegen de twaalfde eeuw een sociaal gevaarlijke randgroep. In en om de groeiende steden worden nu de eerste instellingen gebouwd. Zo vindt men gehandicapten niet enkel terug in de kloosters, maar bijv. ook in gasthuizen (12e eeuw), vondelingenhuizen (13e), hospitalen en dolhuizen (14e).

Tothiertoe was de steunverlening vooral een kerkelijke aangelegenheid. Een poging tot centralisatie werd ondernomen door Keizer Karel. Die richte in 1531 in de grote steden een Gemene Beurs op door het samenvoegen van kerkelijke middelen onder stedelijk beheer. Dit financieel fonds zou speciaal tussenkomen voor die armen die wegens lichaamszwakte of status niet in hun eigen onderhoud konden voorzien, met name krankzinnigen, verlamden, blinden, doofstommen, maar ook wezen en vondelingen.

Ook na de middeleeuwen werden gehandicapten dus geteld bij andere behoeftigen en "marginalen" en konden op die manier terechtkomen in tuchthuizen (16e eeuw), bedelaarsgestichten en landbouwkolonies (18e), asielen en verbeteringsscholen (19e). Ze werden echter meestal tegen een bepaalde vergoeding ondergebracht bij particulieren ter plaatse of in de omgeving. Dat gebeurde ook via openbare aanbesteding, wat neerkwam op uitbesteding bij het goedkoopste kostgezin. Vooral in kleinere plaatsen, die geen gestichten kenden, was de uitbesteding normaal. Al bij al was de gestichtsverpleging een dure methode en men nam er tot halverwege de 19e eeuw dan ook waarschijnlijk alleen de meest verzorgingsbehoeftigen op.

Veel gemeenten stuurden hun geesteszieken of mentaal gehandicapten ook naar Geel. Daar was rond de verering van de heilige Dimpna een grotere concentratie van geplaatsten ontstaan dan elders (1). "Bezetenen of onnooselen" kwamen er aanvankelijk gedurende negen dagen diverse boeteplegingen verrichten met de hoop op genezing of verlichting. Sommigen bleven hangen na hun noveen en werden dan in Geelse gezinnen uitbesteed. Minstens van in de 15e eeuw nam men hier "sotten en simpelen" op. Later verliest het religieuze aspect zijn betekenis en wordt Geel voor de gemeenten een uitbestedingsoord dat minder kost dan een residentiŽle opvang.

 

 

(1)Deze Ierse prinses werd er vereerd als patrones van de waanzinnigen. Lang geleden was ze er onthoofd door haar waanzinnige vader toen ze weerstand bood aan zijn wellust. (terug naar uitbesteding)

 

Het artikel verscheen oorspronkelijk in Onder Dak,
tijdschrift van de federatie pleegzorg in juli 1996.

© Erik Zwysen, 13 maart 2003
laatste aanpassing : 08 januari 2017