Ontwikkelingen in de pleegzorg

19e eeuw

De psychiatrische gezinsverpleging

 

 
  Vroegmoderne Tijd • 19e eeuw • 20e eeuw  


 


Ook hier treffen ons 19e eeuwse verhalen over misbruiken die tot een regeling zouden nopen. Krankzinnigen werden toevertrouwd aan particulieren die daarvan een winstgevende bedrijvigheid konden maken. "Heel wat uitbaters waren ongeletterden en niemand had enige notitie van hygiŽne of ziekenverpleging. De patiŽnten zaten vaak gekluisterd in hokken zonder lucht of licht, overgelaten aan hun lot." (Van Isacker)
 

 

 

De gezinsverpleging in Geel en Lierneux

 


1850


Met de krankzinnigenwet van 18 juni 1850 werd orde op zaken gesteld. Enkel de Geelse gezinsverpleging, waaraan een medische dienst wordt toegevoegd, werd als alternatief voor een residentiŽle opname erkend. Deze kolonie was de oudste, meest bekende en uitgebreide van het land. Men nam er al minstens vanaf de 15e eeuw "sotten en simpelen" op. Later in 1884 wordt ook in de provincie Luik, in het Waalse Lierneux een dergelijke kolonie opgericht.

Trouw aan de medische invalshoek, is men deze vorm van pleegzorg gezinsverpleging blijven noemen. Kenmerkend is de plaatsing in een gemeenschap waarin de patiŽnten kunnen deelnemen aan het dagelijkse leven. De pleegouders kunnen er terugvallen op het Centraal Ziekenhuis voor advies of dringende hospitalisatie. Het reglement van 1912 benadrukt ook het belang van de onderlinge samenwerking. In het belang van de zieken en van de veiligheid van de kolonie, moeten de pleeggezinnen eensgezind zijn "in het verzorgen der zieken (...) en elkander helpen om alle ontvluchting te beletten, en alle ongevallen aan of voor den zieke te voorkomen."

 


© Erik Zwysen, maart 1994
laatste aanpassing 08 januari 2017