Start
Omhoog
Hippodroom
Gildebarden
Rubens-Lehar
Komediantenrevue
Revue
De revues van Rik Senten

 

Operettentheater

Rubens - Lehar

1950

 





 

Operettentheater Rubens | Operettentheater Lehar  
 

In 1950 werd - wellicht voor het laatst - opnieuw een poging gedaan om in Antwerpen een professioneel operettentheater op te richten. Het initiatief werd unaniem toegejuicht door de Antwerpse pers. Het gezelschap speelde in de Carnotstraat en noemde zich Operettentheater Rubens - 'Operette Theater Rubens' - naar de naam van de zaal waarin ze optrad.

Het Rubenspaleis zelf, bekend van de catch- en worstelwedstrijden, bleek echter geen geschikte zaal te zijn voor operetten, gezien de slechte akoestiek. Voor het volgende seizoen hoopte men enkele verbouwingen aan de zaal te kunnen doen, maar deze plannen gingen niet door. Bovendien lezen we in de pers dat het operettentheater Rubens op het einde van het seizoen 'gevallen' was, ten onder gegaan door 'minder verkwikkelijke dingen'. We weten er het fijne niet van, maar een tweede seizoen in het Rubenspaleis kwam er dus niet.

Wel werd er een nieuw gezelschap opgericht - zij het vooral met dezelfde mensen - en men verkaste naar de schouwburg Concordia in de Lange Gasthuisstraat. Daar werd in september 1950 een tweede seizoen aangevat, dit keer onder de naam Operettentheater Lehar.

J.A. Zwijsen was de dirigent van het groot symfonisch orkest en koor voor beide gezelschappen. De hoofdvertolkers van het gezelschap waren Maria Van der Meirsch en de tenor Dago Meybert. De balletschool van José Nicola verzorgde de balletten.

 

 

 

Operettentheater Rubens

 

 De perscommentaren over de uitvoeringen zijn uitsluitend positief. Zo schreef De Nieuwe Gazet na de eerste première : 'In alle opzichten was het gebodene volmaakt. Schitterende zang, prachtig spel, mooie decors, fraaie en smaakvolle toneelschikking. Een perfecte regie, waarvoor de heer G. de Bakker alle lof verdient en een orkest, dat geen enkel ogenblik teleurstelde. Prachtig werk van J.A. Zwijsen.'

Czardasvorstin
Op donderdag 30 maart 1950 stak het gezelschap van wal in het Rubenspaleis aan de Carnotstraat met de Weense spektakeloperette De Czardasvorstin op muziek van Emmerich Kalman. De hoofdvertolkers van het gezelschap waren Maria Van der Meirsch en de tenor Dago Meybert. Verder traden in deze operette ook op Jaak De Voght en Anne Marie Mornay. Andere rollen werden vertolkt door Hilda 't Seyen, Serre Van Eeckhoudt, Julien De Locht, Elsa Buyens, Jules Julsam en John Cox, stuk voor stuk specialisten in dit genre. José Nicola danste zelf ook en trad op in een solonummer. De regie voor deze en de volgende uitvoeringen lag in handen van Gommaar De Bakker. Vanwege het succes werden de spelers vaak verplicht tot bisnummers. De operette werd verschillende weken doorgespeeld.
Tijdens de vertoning van 15 april werd Toontje Janssens gevierd, oud-acteur van het Scalatheater waar hij vroeger met dezelfde operette zoveel bijval verwierf.
Walsdroom
Op zaterdag 22 april volgde dan de première van Walsdroom, een operette van Oscar Straus. Francis De Paep deed zijn intrede als nieuw lid van het gezelschap. Hoofdrollen waren opnieuw weggelegd voor Maria Van der Meirsch, Dago Meybert en Anne Marie Mornay. Naast Julien De Locht, Hilda 't Seyen en Elza Buyens traden ook nog Gisèle Julsam en de heren Corneel Tuyaerts, Domien Kruisweegs en Charles Bayet op. Ook nu hebben de inrichters moeite noch onkosten bespaard om deze nieuwe première tot een succes te maken. De balletten Nicola oogstten bijzonder veel succes met een 'verrukkelijke Keizerswals'.  "Met zwierige hand leidde de heer J.A.Zwijsen het fijn gestyleerde orkest dat zijn deel in dit schitterend debuut mocht opeisen."
Victoria en haar Huzaar
Het eerste seizoen werd afgesloten met deze operette op muziek van Paul Abraham. Zelfde vedetten, zoals Maria van der Meirsch, Dago Meybert, Anne Marie Mornay, Elsa Buyens, Julien de Locht, Francis De Paep, John Vissers en Jules Julsam. Wegens ziekte moest Dago Meybert enkele keren vervangen worden door Eric Lund. Opnieuw zijn de perscommentaren op detailkritiek na uiterst positief. "Het ballet, geleid door José Nicola, was een der hoogtepunten in deze wel zeer aangename avond. Hare balletten droegen de stempel van uitermate verzorging waarbij de waarde van deze voorstellingen nog worden verhoogd."

 

 

Operettentheater Lehar

 
 

Begin september 1950 startte dan een nieuwe onderneming met min of meer dezelfde mensen, onder directie van de heer Faes. Als regisseur werd Henk Lennert aangetrokken en Gommaar de Backer werd zijn assistent als toneelleider. Zwijsen was opnieuw orkestleider en José Nicola verantwoordelijk voor de balletten. De schouwburg Concordia in de Lange Gasthuisstraat werd voor de gelegenheid aangepast en de organisatoren hadden grootse plannen. Helaas was deze heropstanding ook maar een kort leven beschoren.

Frederika
Met veel enthousiasme werd op 21 september van wal gestoken met deze operette van Frans Lehar, naar wie het gezelschap was genoemd. Hoofdrollen waren weggelegd voor Maria Van der Meirsch en Dago Meybert. Verder traden op Anne-Marie Mornay, Peter Delsing, Jules Julsam, Hilde 't Seyne, Tony Bresil, Elza Buyens, Jac. Verdijck e.a. Bedoeling was acht voorstellingen te geven en men plande de uitvoering van een volgende operette halverwege oktober. Hoewel er veel belangstelling was en een uitstekende kritiek, is het bij deze ene operette gebleven. 

 

 
 

Opmerkingen en aanvullingen worden in dankbaarheid aanvaard via contactadres onderaan de startpagina

© Erik Zwysen, 21 februari 2012
laatste aanpassing 10 februari 2016