Start
Omhoog
Hippodroom
Gildebarden
Rubens-Lehar
Komediantenrevue
Revue
De revues van Rik Senten

 

De Komediantenrevues

1941 - 1955

in de Antwerpse K.N.S.

 

 
 

 

De muziek

Slissen en Cesar

Medewerkers

dansen, choreografie - decors - directie kostuumontwerp muziek - muzikale leiding - regie - schrijvers


 

 

 

In 1941 begon het gezelschap van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg aan een nieuwe traditie door het seizoen af te sluiten met een 'komediantenrevue'. Dit zou men volhouden tot in 1955.

De komediantenrevue week af van de toen gebruikelijke show- en spektakelrevues, maar greep in bepaalde mate terug naar wat in oorsprong de ‘revue’ was, een ‘terugblik’ op het voorbije (theater)-seizoen met parodieën op actuele toestanden. Meestal verliep de revue in twee delen met twee grandioze finales waarin het ganse gezelschap op het toneel verscheen en ook het revuelied werd gezongen. Sindsdien ontstond ook de controverse, soms gekruid met scherpe, soms met zeer milde kritieken, en het leek er soms op dat elke recensent een andere revue had gezien. Vaak verwezen de negatieve kritieken naar hoeveel beter de revue het vorig jaar wel niet was. Hoewel dus elk jaar de vraag wel opkwam of het opvoeren van een revue eigenlijk niet beneden de waardigheid was van een Koninklijk theater, liet althans het publiek het niet afweten en de zaal liep week na week boordevol. De recette van zes weken komediantenrevue liet vaak toe de kosten van een anders financieel mislukt seizoen alsnog te dekken. Maar ook voor de artiesten was deze verlenging van het seizoen zeer welgekomen zodat ze tijdens de zomermaanden niet werkloos en zonder inkomsten zouden blijven.

J.A. Zwijsen, muzikaal adviseur bij de KNS, werkte van 1945 tot en met 1953 als componist, muziekbewerker en dirigent mee aan deze komediantenrevues.

 

 

De muziek

1945
Een pittig kommentaar op deze revue vonden we terug in de Zondagspost. Die vond het een schandaal dat de K.N.S., de "eerste schouwburg in het Vlaamsche land", zijn speelseizoen moest eindigen met een revue die "een samenraapsel is van onnoozele sketches, flauwe, doodflauwe grappen, vulgair sentiment, onkundige balletten, slechten zang, en ketelmuziek.” 1945 was echter geen gewoon seizoen – Antwerpen lag van oktober 1944 tot maart 1945 onder de V-bommen - en de verontschuldiging van de korte voorbereidingstijd die gold voor de acteurs zal ook wel zijn opgegaan voor J.A. Zwijsen. Die kreeg over zijn eerste komediantenrevue van een criticus te lezen dat hij van revuemuziek “niet erg veel verstand” leek te hebben. We kennen niet de samenstelling van zijn “orchestre assez médiocre”, maar een andere journalist had het dan weer over "de wezenlijke superieure muzikale aanpassing van A. Zwijsen" die een niet geringe factor was in het succes.
Hoe dan ook, veel afzonderlijke scènes en liedjes van Zwijsen kregen wel goede commentaar. Gella Allaert werd geprezen voor haar "eenvoudig en gevoeld" gespeelde rol in het toneeltje 'Mama swingt', waarin haar tegenspeler Gaston Vandermeulen het gelijknamige en "bestgeslaagde levensliedje" van de revue bracht. En René Bertal, die opnieuw optrad in de KNS, lanceerde "met brio" het traditionele revueliedje dat ging onder de originele titel : K.N.S.-lied.
1946
De commentaren op de muziek waren dit jaar beter. Zwijsen zorgde toen met Karel Candael voor “een meeslepende muzikale bewerking” en dirigeerde “een puik orkest” met ook de pianovirtuoos Lode Backx. Die oogstte net voor het tweede deel van de revue een persoonlijk succes met de uitvoering van een deel uit het pianoconcerto van J.A. Zwijsen. Backx werd “wegens de meesterlijke uitvoering” langdurig en hartelijk toegejuicht.
1947
De gezelschappen van de K.N.S., van de Studio van het Nationaal Toneel en van de dansgroep Lea Daan voerden als slot van het eerste deel de ballet-pantomime ‘Chinese Fantasie’ uit op muziek van Zwijsen. Het argument van Edward Deleu was gebaseerd op het in de loop van het jaar opgevoerde Chinese stuk ‘De Krijtkring’ van Li Hsing-tao. De choreografie van Lea Daan en de decors en kostuums van Antoon Marstboom werden unaniem geprezen, maar het vijfdelige stuk - de dans der theemeisjes, de manteldans, in de rechtszaal, gevecht met de draak en de zwaarddans - werd in het algemeen toch te langdradig bevonden.
De meeste muziek voor deze revue was originele muziek van Zwijsen. Verder zijn de perscommentaren weer tegenstrijdig, al wordt de revue meestal wel in lovende termen besproken. Leden van de koorklas van het Conservatorium voerden een welgesmaakte evocatie uit van Vlaanderen met onder andere ‘Het Lied der Vlamingen’ van Peter Benoit, geïllustreerd met filmbeelden. Tenslotte liet het publiek het revuelied dat de voorstelling besloot herhaaldelijk hernemen.
1948
Als apotheose van het eerste deel voerde het gezelschap de ballet-pantomime De drie kistjes uit. Lea Daan verzorgde de choreografie van dit ballet op een argument naar Shakespeare en op muziek van Zwijsen. Deze "oog- en oorstrelende" pantomime oogstte zoveel succes dat ze ook later, buiten de komediantenrevue, nog herhaaldelijk werd uitgevoerd.
"[Edward Deleu] wist een zeer levendig en vaak prachtig ensemble te verwezenlijken, hierin, zoals we het reeds schreven, ruim geholpen door J. Zwijsen, die voor stemmige en meeslepende muziek zorgde en voor een acurate harmonie tussen de muziek uit de orkestbak en de zang van op het toneel; ..."
 
 

Slissen en Cesar

In de komediantenrevue van 1948  lanceerde Jeroom Verten de twee typetjes die later als Slissen en Cesar bekend werden. Robert Marcel en Jos Gevers haalden met die personages zoveel succes, dat de typetjes in de daaropvolgende revues hun vaste plaats verwierven. Ze doken aanvankelijk echter onder andere namen op : Slissen en Marinus in de sketch ‘Een partijtje biljart’ in 1948 of Flup en Frans in de sketch 'Auto-brevet' in 1950. Vanaf 1951 treden beiden op als Slissen en Cesar in de sketch 'De zwemles' in 1951, 'Slissen en Cesar af' in 1952 en tenslotte 'De Hemelvaart van Slissen en Cesar' in 1953. De laatste twee jaren, 1954 en 1955 stonden ze niet meer op het programma, maar het duo Jos Gevers en Robert Marcel werden wel herkend als 'Slisse en Cesar' in diverse sketches, zoals in 1954 waar ze als dienstdoende Sint Niklaas en Zwarte Piet optraden samen met de ezel (René Bertal) en twee Sint Niklazen (Luc Philips en Hector Camerlynck).

Later schreven Jeroom Verten en Jos Gevers een blijspel rond deze personages. Dit werd voor het eerst in de K.N.S. opgevoerd in regie van Luc Philips in juni 1956, het eerste jaar zonder komediantenrevue. Naast Robert Marcel en Jos Gevers, als Slissen en Cesar, speelden nog mee René Bertal (facteur), Luc Philips zelf (Dr. Monchaussen) en Jenny Van Santvoort (vrouw Slissen). Andere rollen waren weggelegd voor Ketty van de Poel, Nora Oosterwijk, François Bernard, Wim Bergers, Martin van Zundert en Rosa Hermans. Het stuk werd op 5 juli 1956 vanuit de K.N.S. rechtstreeks uitgezonden op de Vlaamse Televisie.

Vlak voor zijn overlijden op 16 mei 1958 werkte Jeroom Verten met Jos Gevers nog een vervolg af, 'Slissen bouwt'. Dit stuk werd in juni van hetzelfde jaar 1958 nog uitgevoerd door de K.N.S..

 
   

Overzicht van de medewerkers

 

 

Schrijvers :

Martien De Beuck (1941, 1946)

Cis Coeck (1941)

Joris Diels

[Edgar] Denhaene (1945)

Victor De Ruyter (1945)

Edward Deleu (1945)

Ben Royaards (1946)

Jos Gevers (1946)

Jeroom Verten (Jef Vermetten) (1947-1951)

 

Decors :

Bob Storm (1941)

Lode Ivo (1941-1955)

Antoon Marstboom (1946-1947)

Denis Martin (1953)

John Pira (1954-1955)

Mimi Peetermans (1955)

 

Dansen, choreografie :

Helene Deleu (1941, 1943-1945)

Lea Daan (1944-1950, 1952-1953, 1955)

Jeanne Brabants (1949-1955)

Jos Brabants (1952-1955)

Ontwerp kostuums :

Antoon Marstboom (1947)

May Neama (1948-1953)

Lode Sebrechts (1949)

Denis Martin (1953)

Mimi Peetermans (1954-1955)

 

Muziek :

Leo De Backer (1941)

Jan Celis (1941)

Jef Maes (1942-1943)

Karel De Schrijver (1944)

J.A. Zwijsen (1945-1953)

Karel Candael (1946)

Frank Stewart (1949)

Hugo Michielsen (1950-1951, 1954)

Peter Welffens (1952-1954)

Marinus De Jong (1953)

Leo Van den Broeck (1953)

Marc Liebrecht (1955)

Clem Moreau (1955)

Tony Vess (1955)

 

Muzikale leiding :

Jef Maes (1942-1943)

Karel De Schrijver (1944)

J.A. Zwijsen (1945-1949, 1951-1952)

Hugo Michielsen (1950)

Peter Welffens (1953)

Sandor Ludos (1954)

Clem Moreau (1955)

Regie :

Remy Angenot (1941)

Joris Diels (1942, 1944)

Fred Engelen (1943, 1954)

Edward Deleu (1945, 1947-1953)

Ben Royaards (1946)

Paul Cammermans (1955)

K.N.S. Directie :

Joris Diels (1941-1944)

Victor de Ruyter (1945-1947)

Firmin Mortier (1948-1955)

 
 

Opmerkingen en aanvullingen worden in dankbaarheid aanvaard via contactadres onderaan de startpagina

© Erik Zwysen, 5 juli 2011

laatste aanpassing 23 april 2017