Start
Omhoog
Hippodroom
Gildebarden
Rubens-Lehar
Komediantenrevue
Revue
De revues van Rik Senten

 

De Hippodroom

1903 - 1958

 

 

J.A. Zwijsen en de Hippodroom

 

Korte Historiek

1903-1914

1917-1924


1924-1925

1925-1926

1926-1927


1927-1928

1928-1929

1929-1930

 

        Andere Antwerpse schouwburgen | Antwerpse cinematheaters

 



 

 

Johan Zwijsen en de Hippodroom

Revues
Johan Zwijsen trad in de jaren '30 en '40 van de 20e eeuw regelmatig op in de Hippodroom als muzikant of als dirigent. Zo was hij dirigent van het Hippodroomorkest ten tijde van de grote revues van Rik Senten. In 1948 dirigeerde en componeerde hij er ook nog voor een van de naoorlogse revues van Fé Pasmans, de 'Jubel-revue' 'T Zit er tegen ! met de balletten onder leiding van Jenny Boeva.

Franse Opera - Opera Bergmans
Na de Tweede Wereldoorlog maakte Zwijsen deel uit van het orkest dat er onder leiding van de Waalse dirigent François Gaillard de Franse operavoorstellingen begeleidde. In die reeks dirigeerde hij zelf in 1945 en 1946 de opera's La Tosca van Giacomo Puccini en Werther van Jules Massenet. Telkens in regie van de initiatiefnemer van deze voorstellingen, de Waalse impresario en schrijver Antoine Bergmans.

Fantasia
In 1946 dirigeerde Zwijsen er het eerste (misschien ook het laatste) 'monster variété spektakel' Fantasia van de Algemeene Spectakel- en Concertonderneming onder directie van W. De Vos. Het zou de eerste in een reeks worden, maar we weten niet of het later nog herhaald is. Tijdens deze voorstelling werd zijn wals Garden Party gespeeld, waarop gedanst werd door de 16 Wimfidor girls met M. Arnou als solodanseres. Naast acrobaten en fakirs, de conferencier Oscar Ferket, en 'de koningen van het mondorgel' The 5 Hotcha's, zong er ook de bas Edward De Decker fragmenten uit de opera's Paljas, Faust en Carmen.

 

 

Korte historiek

   
 

Samen met andere theaters speelde de Hippodroom een grote rol in Antwerpen tussen de twee wereldoorlogen. De Hippodroom opende in maart 1903 met een optreden van circus De Kock. In de volksmond heette deze schouwburg dan ook 'De Cirk'.  Dit "paleis" deed dienst als amusementstheater waar aanvankelijk veelal circus- en variétéoptredens aan bod kwamen. Maar al snel deed het ook dienst als volkstheater, waar aangrijpende volksdrama's werden gespeeld, 'draken', maar ook revues en operettes. In de jaren dertig werden er de bekende spektakelrevues van Rik Senten uitgevoerd.
De schouwburg was gevestigd tegenover het Museum voor Schone Kunsten aan de Leopold de Waelplaats in Antwerpen. Het was decennialang een trekpleister voor het publiek aan het Zuid. Met de komst van de televisie kwijnde de interesse voor de volkse revues weg, en de Hippodroom sloot zijn deuren in 1958. Daarna verkommerde het gebouw tot het werd afgebroken in 1972. Momenteel staat er een fraai wooncomplex.

 

 


1903 - 1914


Cirk, variété en vroege film
Reeds kort na de opening programmeerde toenmalig directeur Alphonse De Gunst korte filmpjes als onderdeel van de variétéspektakels. Naast de gedresseerde honden en acrobatennummers kon men er ook genieten van het orkest van Henri Tokkie. De technologie was nog in volle ontwikkeling, maar vanaf 1907 heeft De Gunst de toestemming om op meer permanente basis films te draaien. Daarmee was de Hippodroom een van de eerste plekken in Antwerpen waar men kon kennis maken met dit nieuwe fenomeen.

De maatschappij Van Doeselaer, Lemmens en Co
Vanaf 1907 werd de Hippodroom ook bekend als volksschouwburg. Een deel van het gezelschap van de Koninklijke Nederlandsche Schouwburg (K.N.S.) nam hier zijn intrek. Het waren niet de minsten, want de niet-herbenoemde en dus oud-directeur van de K.N.S. Frans Van Doeselaer (1827-1914) nam in het conflict enkele van zijn sterspelers mee, onder wie de latere Hippodroomdirecteuren Willem Lemmens (1851-1910) en Piet en Willem Janssens. De toen reeds bejaarde Van Doeselaer kon hier op die manier op 22 januari 1908 dan toch zijn 25-jarig jubileum vieren als directeur, uitgesteld weliswaar, want Willem Lemmens was hem toen al opgevolgd.
Het gezelschap zou er enkele jaren spektakelstukken en drama's opvoeren onder meer van de populaire schrijver Cesar Van Cauwenberghe (1870-1926). Bekend was zijn volksdrama De gebroeders Degrave, dat het verhaal vertelt van twee broers die in het bagno van Cayenne verbleven na een veroordeling in 1894 tot de doodstraf op beschuldiging van moord. Die zaak maakte toen veel ophef en allerlei acties werden gevoerd om de gebroeders vrij te krijgen. Léonce Degrave overleefde de gevangenisstraf niet, maar zijn broer Eugène werd vrijgelaten en kon in februari 1912 zijn verhaal navertellen in de Hippodroom, ter gelegenheid van de opvoering van het stuk van Van Cauwenberghe. Het drama bleef lange jaren op het repertorium staan van diverse Vlaamse schouwburgen.
Na een opvoering ter ere van Piet en Willem Janssens, brandde in de nacht van 31 maart op 1 april 1913 de Hippodroom af. Alle kostuums, decors en de ganse muziekbibliotheek van orkestleider Flor Pierré gingen in de vlammen op. Er vielen geen slachtoffers maar enkele dagen later vielen in de belendende kartonfabriek twee doden en vele gewonden toen bij de opruimingswerken een muur naar de verkeerde kant instortte.

Marius Spree
Kort voor de Eerste Wereldoorlog stelde Marius Spree (1876-1929) een nieuw gezelschap samen om beurtelings toneelvoorstellingen, operettes en revues te geven. Spree was in 1911 al gastregisseur geweest in de Hippodroom, en creëerde daar toen met veel succes Het Teeken des Kruises, een tragedie van Wilson Barrett. De Duitse inval in België maakte echter al vlug een einde aan zijn plannen. Met een ensemble dat grotendeels bestond uit de gevluchte leden van dit gezelschap verhuisde hij naar Carré in Amsterdam. Bij de Duitse belegering en het bombardement op Antwerpen in oktober 1914 raakte de Hippodroom opnieuw zwaar beschadigd.

 

 


1917 - 1924


Frans Condès
en Victor Neutgens
De nieuwe directie, Frans Condès en Victor Neutgens, werkte in de Hippodroom van bij de heropening in april 1917 tot en met het seizoen 1923-24.

Ballet. Condès en Neutgens trokken reeds tijdens de Eerste Wereldoorlog de Hongaarse Mevr. Katicza aan als eerste danseres. Ze leidde een ballet van twaalf meisjes met Nelly Duvert als tweede danseres. Ze zou jarenlang in de Hippodroom werken.
Orkest. Condès en Neutgens startten met Rik Galliaert en vervolgens John Faes als orkestleiders. Na de Eerste Wereldoorlog werd in 1919 de jonge violist Lode Van de Velde als orkestleider aangeworven. Hij zou hier werken tot hij in 1928 overstapte naar El Bardo. Zijn orkest telde 25 leden, en als solisten traden op de violisten (waarschijnlijk Jaak) Gilias en Oscar De Clercq en de cellist Jos Van der Avort. Verder was er een koor van 20 dames en 20 heren.
Regie. Karel van Rijn werd hoofdrolspeler en regisseur in de Hippodroom tot hij in 1920 overstapte naar de K.N.S. 'Eerste regisseur' in de jaren 20 was Sander (Alexander) Schuermans. Fé Pasmans werd als 'tweede regisseur' in 1922 aangetrokken in vervanging van Henri De Hoon. Toneelmeester was (Charles) Karel Van Beylen en chef-elektricien Leon Goddeyn.
Gezelschap. Als belangrijke artiesten werden onder anderen aangetrokken Robert Houtmans, die hier debuteerde en later bekendheid verwierf onder de naam Robert Marcel, de altzangeres Maria Peenen, Joe Geerts, de komiek Sus Van Aerschot, Gaspard Van den Hoeck.

De nieuwe directie werd al snel geconfronteerd met een nieuwe brand die de schouwburg trof in de vroege ochtend van 5 maart 1920. De pompiersboot 'Jan Van Rijswijck' kwam blussen vanaf de Vlaamse Kaai. Maar de toneelzaal werd vernield, het personeel was weer werkloos en alle investeringen voor de geplande revue gingen verloren. Het syndikaat van de Antwerpse toonkunstenaars organiseerde een concert in het Leopoldpaleis ten voordele van het getroffen personeel. De Hippodroom heropende pas op 20 november 1920 met de 'Groote Antwerpsche spektakelrevue' Halloh!! Hier zijn wij!! van Frans Condes en Edw. Casteels.

Het repertorium van de directie Condès-Neutgens bestond voornamelijk uit volksdrama's en spektakelstukken, maar ook operettes en revues kwamen aan bod. Andere benamingen die we aantreffen voor de gespeelde stukken zijn bijvoorbeeld : lustig spel, kerstmisspel, sensatiedrama, spektakeldrama, blijspel, komisch toverspel, enzovoort. Kluchten en zangspelen van de Antwerpse schrijver Willem Pouillon stonden regelmatig op het programma en werden vaak hernomen, zoals Peer de Koster, Pelagie en Rare Marus. Spectaculair zal Duizend en een Nacht zijn geweest, een 'oosters tooverspel met groot spektakel' van Maurice Verne, de achterneef van Jules Verne, opgevoerd ter gelegenheid van de Antwerpse juwelenfeesten in augustus 1923. De decors kwamen van Parijs, maar waren gebaseerd op de maquettes van de Brusselse schilder Jan van der Borght. Uit een referendum van het tijdschrift Cinema- en Tooneelwereld voor het seizoen 1922-1923 kwam 't Is maar een Paljas van Johan Lemaire als populairste stuk naar voren, een 'drama van poetsenmakers en kermisklanten in 5 tafereelen'. Ter uitbreiding van het repertorium schreef de directie in 1923 een wedstrijd uit voor volksdrama's. Er kwamen 22 inzendingen binnen. Juryvoorzitter was Maurits Sabbe en de eerste prijs bedroeg 1000 frank.

Zomerseizoenen

Tijdens de zomerseizoenen in 1922 en 1923 werden in de Hippodroom uitsluitend films vertoond. Daarnaast was er plaats voor grote politieke manifestaties en andere evenementen zoals in oktober 1917 de uitvoering van het oratorium De Schelde van Peter Benoit onder leiding van Lodewijk Ontrop. En op 10 juli 1921 vond er een grote Herman van den Reeck-herdenking plaats ter ere van deze flamingant die een jaar tevoren bij de 11-juli viering in Antwerpen door de politie was neergeschoten.

Gastvoorstellingen Delrevo
Voor het zomerseizoen van 1924 namen Frans De Backer en de Antwerpse auteur Aubert Delrévo tijdelijk het bestuur waar voor hun gastvoorstellingen. Ze speelden met veel succes enkele geëngageerde stukken van Delrevo : Kantjesvolk, Slachtoffers der Samenleving - over het probleem van de 'Syphilis' - en tenslotte het sensatiestuk met optochten en balletten Vieze Patriotten. Ook 'Cocaïne' werd opgevoerd, een stuk van Frans Wijnans, ter bestrijding van weer een andere plaag.
Opmerkelijke speler was Piet Janssens. De regie berustte bij Staf Briers en Henri de Hoon. De andere reeds bekende medewerkers waren hoofdmachinist Charles Van Beylen, Mevr. Katicza en Duvert als danseressen en Van de Velde als orkestleider.

 

 
1924 - 1925

Piet Janssens
Piet Janssens (1869-1924) nam daarna het bestuur over en opende het seizoen op 4 september met het drama Marie-Antoinette van Paolo Giacometti. Geen toevallige keuze, want deze 'tranerige draak' was het laatste stuk dat hij in zijn vorige Hippodroomperiode had opgevoerd tot de brand op 1 april 1913 daar een einde aan maakte.
Als eerste regisseur hadden we nu Jac. Devos naast tweede regisseur Fé Pasmans. Het ballet onder de leiding van Mevr. Katicza bestond uit 12 dames met Nellie Duvert als travestie. Ook orkestmeester Lode Van de Velde en eerste machinist Charles Van Beylen bleven op post. Nini de Boël en  Jules Dirickx werden geëngageerd om in de operettes op te treden. Piet Janssens nam zelf de hoofd- en karakterrollen voor zijn rekening.
Janssens overleed onverwacht op 10 oktober 1924 na de algemene repetitie van de operette De Bajadere van Imre Kalman. De begrafenis van deze populaire acteur werd door een overweldigende menigte bijgewoond. Op 12 december vond in de Hippodroom een galavoorstelling plaats ten bate van zijn praalgraf. Naast het orkest onder leiding van Lode Van de Velde, werkten ook het gezelschap van het Volksgebouw en de artiesten van de Koninklijke Vlaamse Opera mee aan de voorstelling. Renaat Veremans begeleidde R.Van Aert op het klavier en het hippodroomgezelschap voerde het tweede bedrijf op van de Bajadere. Als voorzitter van het uitvoerend comité hield Louis Bertrijn de toespraak.

Victor Neutgens
Na het overlijden van Janssens nam Victor Neutgens opnieuw de directie waar. Het winterseizoen werd in 1924 verdergezet met spektakeldrama's, maar vooral met operettes en revues.

Enkele acteurs kwamen voor het zomerseizoen 1925 over van de Volksschouwburg, waaronder Jef De Waeghenaere en Rosa Hermans. Louis Belloy en Charlotte Noterman trokken van de KNS naar de Hippodroom. Met deze acteurs wilde Neutgens nu ook 'het betere repertorium' brengen, of, zoals hij het toen zelf zegde : een afwisseling van 'ernst en boert'. Daarin zijn opnieuw de stukken van Willem Pouillon - die datzelfde jaar op 23 september overleed - een belangrijke trekpleister. Bij de blijspelen waar het orkest wat minder prominent in beeld was, concerteerde orkestleider Van de Velde tussen de bedrijven onder andere met uitvoeringen van de wals uit 'Charlotte Corday' van Peter Benoit, of 'Milenka' van Jan Blockx. 'Een waarlijk schoon initiatief' voegde de recensent van Het Tooneel eraan toe.

 

 


1925 - 1926


Voor het winterseizoen van 1925-26 werd Staf Briers aangetrokken als regisseur. Na de openingsrevue van Rik Senten 't Bard op... en Binnen, volgden vooral operettes en andere revues. Dat lijkt overigens ook de bedoeling te worden van Neutgens : vooral revues brengen. Naast Nini de Boël, Hilda Landenne, Charlotte Noterman en vele andere dames traden als heren onder anderen de bekende acteurs Toon Janssens, Sus Van Aerschot en Louis Belloy op. De repetitor en violist van het orkest, Jan Douliez liet zich opmerken als vioolvirtuoos. De andere repetitor Henri Kennes verliet het orkest in mei 1926 om dirigent te worden in de nieuwe operetteschouwburg Prado op de Meir - het voormalige Volkgebouw - waar nu ook Nini de Boël en Hilda Landenne naartoe trokken.

 

 


1926 - 1927

Neutgens begon aan het winterseizoen 1926-27 met een revue van Remy Radeska en de operette de Bajadere, maar in oktober werd de directie toevertrouwd aan Charlotte Noterman.

Charlotte Noterman
Mevrouw Noterman startte in oktober 1926 met de bedoeling om van de Hippodroom opnieuw een volksschouwburg te maken. Daarin zou voornamelijk plaats zijn voor het opvoeren van speelstukken zoals drama's en kluchten. De regie kwam in handen van Gustaaf Cauwenberg. De balletten werden nu geregeld door Nelly Geypens. Van de Velde en Van Beylen bleven op post. Aan het opvoeren van revues scheen ze toch ook niet te ontsnappen, want begin januari 1927 programmeerde ze de revue - of drama met zang en dans - Soldatenlief van Johan Lemaire op muziek van Octave Van Aerschot.

 

Raeymaekers en Van Beylen
Nadat de onderneming van Mevrouw Noterman op de klippen liep, werd A.Raeymaekers commercieel directeur van de Hippodroom. Hij werkte samen met artistiek directeur Karel (of Charles) Van Beylen, maar regelmatig werd de Hippodroom verhuurd aan andere programmamakers, zoals Louis Morrisson. Er is in deze periode veel kritiek op het beheer van de Hippodroom omdat door het voortdurend wisselen van uitbater deze telkens opnieuw moet starten met het opbouwen van een nieuw klienteel.

Het (respectievelijk artistieke en commerciële) bestuur van Charles Van Beylen en A. Raeymaekers gaat in januari 1927 onmiddellijk van stapel met opnieuw een echte revue. De Belgarevue van Fernand Servais en H.Van Daele werd helaas grotendeels in het Frans opgevoerd, wat de publieke belangstelling niet ten goede kwam.

 

Morrisson en Boskamp
Met de opvoeringen in februari en maart 1927 van het Nederlandsche Lyrische Operettengezelschap onder leiding van de Belgische tenor Louis Morrisson en de Nederlandse komiek Johan Boskamp, veroverde de Hippodroom opnieuw het hart van de Sinjoor. Behalve de genoemde heren traden in De Koningin van Montmartre, De Parel van Corsica - operettes van de Nederlandse componist Vada Ennem - en  De Dollarprinses van Leo Fall, ook Sus Van Aerschot, Eugeen De Vos en de dames Lausanne, Koch en Peenen op.

 

Over de stukken die het bestuur van Charles Van Beylen en A. Raeymaekers vanaf april 1927 programmeerden hebben we niet veel informatie. Alleszins was daarbij ook een operette, de bekende Bommelbaron.

In augustus 1927 bracht Rik Senten opnieuw een langlopende revue, G'Hebt er gelegen, in regie van Jef Van Pelt en met de revuester Sus van Aerschot.

 

 


1927 - 1928


Voor het winterseizoen vanaf 1 oktober 1927 keerde Louis Morrisson terug naar de Hippodroom. Hij heeft het opvoeringsrecht verkregen voor de meeste Weense operettes en ook de beste werken van het Franse repertorium zouden nu aan bod komen. Chris de la Mar werd aangetrokken als regisseur, maar ook als eerste komiek, samen met Sus van Aerschot. Morrisson zingt ook mee in de operettes en in december speelde hij zelf ook mee in de grote winterrevue van Fernand Servais en Remy Radeska Look Out !. Een incident waarrond enige mist is blijven hangen is de inval van het parket in januari omdat de revue enkele aanstootgevende scènes zou bevatten. Er werd onder meer gesuggereerd dat men de directie hier een hak wou zetten. Hoe dan ook, Morrisson vervolgde in februari zijn operettenseizoen en Louis Bouwmeester bracht in maart nog een revue. Lode Van de Velde was al die tijd de nog steeds trouwe orkestleider. Hoewel het publiek het niet liet afweten, zou Morrisson zijn bestuursschap in april 1928 toch hebben afgesloten met een aanzienlijk deficit.

De bestuurders Karel Van Beylen en A. Raeymaekers brachten in april 1928 een stuk van Willem Pouillon en nodigden enkele Franse gezelschappen uit met operettes, mooi en stijlvol uitgevoerd naar het schijnt, maar niet aangepast aan de ruime accommodatie van het Hippodroompaleis.

In de zomer van 1928 bracht Aubert Delrevo enkele van zijn stukken waaronder een herneming van het eens zo populaire Slachtoffers der Samenleving. De tijden zijn echter veranderd en de stukken oogstten geen succes. Ook de operettes die daarna volgden, zoals No, No, Nanette en Princess Charming en gebracht door Franse gezelschappen konden het tij niet keren. Zelfs de zomerrevue 'k Heb Beet met een goede bezetting en het orkest nu  onder leiding van Bodart, werd vanwege de geringe belangstelling voortijdig stopgezet. Orkestleider Van de Velde had intussen de Hippodroom geruild voor het El-Bardo theater op de Sint Jacobsmarkt.  Medebestuurder Karel Van Beylen overleed in augustus 1928 op amper 45-jarige leeftijd.

 

 


1928 - 1929


Enkele ondernemende artiesten huurden de Hippodroom in september en oktober 1928 voor een operettentournee. De nieuwe dirigent van het Hippodroomorkest werd Jan Douliez. Het publiek vond zijn weg terug naar het Zuid waar Louis Morrisson, Sus van Aerschot, Gaspar Van den Hoeck en andere vertrouwde vedetten avond na avond schitterden. Ook Mw.Katicza trad nog eens op in de Hippodroom als de zwijgende hoofdrol in de operette Tangolita op muziek van de Antwerpse toondichter Eugeen Beeckman. De regie was in handen van Fé Pasmans. Morrisson besloot eind oktober zelfs met Le Trouvère (Il Trovatore) in Hippodroom, de bekende opera van Verdi.

Er is veel kritiek op het beheer van de Hippodroom omdat door het voortdurend wisselen van uitbater deze telkens opnieuw moet starten met het opbouwen van een nieuw klienteel. De haastig in elkaar gezette uitvoeringen van het drama 'Het Teeken des Kruises' zouden zich na het voorbije operettenseizoen voor een vrijwel lege zaal afspelen. Volgt dan begin november met succes een revue door een Hollands revuegezelschap met Cor Smit en Louis Morrisson onder directie van Dolph Rusly.

Vanaf november 1928 is de uitbating dan vermoedelijk in handen van de heren Raeymaekers en Verschueren, maar ook zij lijken er niet in te slagen opnieuw een publiek te vinden voor Hippodroom. In deze periode trad Louis Morrisson wel nog met succes op met enkele opera's zoals De Hugenoten van Meyerbeer en La Juive van Halévy. Maar de programmatie in december 1928 van de ouderwetse 'draak' De Levende Brug - waarvan overigens al een spektakelfilm was gemaakt - en die de directie dan nog eens vanwege een conflict met het syndikaat moest opvoeren met liefhebbers, kon kennelijk het tij niet keren.


Flor Van den Bosch

De problemen met het syndikaat slepen enkele maanden aan. Na maandenlange onderhandelingen waarin ook even de Hippodroom dreigt plaats te moeten maken voor een woningcomplex, werd Flor Van den Bosch de nieuwe bestuurder. Hij stelt geen vast gezelschap samen, maar is zinnens groots gemonteerde spektakels te brengen zoals operetten, danstournées en revues. Verder denkt hij aan sportevenementen, circusgezelschappen en grote bals.

In alle geval gaat de nieuwe uitbating maar van start in april 1929 met de revue 'Er geere bij' van Rik Senten. Omdat het operettenseizoen in El Bardo pas is afgesloten kan bijna het ganse El Bardo-gezelschap aan het werk in deze revue. Lode Van de Velde dirigeerde het orkest zoals ook voor de zomerrevue van Rik Senten 'We gaan ne gang' die doorging in de Hippodroom.
 


1929 - 1930


De eerste week van oktober heeft Van den Bosch nog de Amerikaanse danser Louis Douglas te gast met zijn 'negeroperette Louisiana' en het jazzorkest onder leiding van de trompettist Tommy Ladnier.  Daarna volgt nog gedurende vier weken de Frans-Vlaamse 'superrevue' van de Brusselse Alhambra 'Antwerpen viert zijne vliegers', met een orkest van 40 muzikanten onder leiding van de componist José Mommaert.

Senten, Leenaerts en Wijnants
Vanaf november 1929 exploiteren Jan Leenaerts en Rik Senten zelf de Hippodroom. De revue 'Wat-e-weer!' loopt weer vele weken en de orkestleiding berust opnieuw bij Flor Pierré.Tijdens een van de voorstellingen werden Esther Deltenre en Sus Van Aerschot in de bloemen gezet voor hun meer dan 35-jarige loopbaan als revue-artiesten. Senten en Leenaerts verleggen daarna hun werkterrein naar de zaal Majestic.
In februari 1930 neemt het Grand Cirque Royal van Brussel onder leiding van J. Fermo enkele weken zijn intrek en in maart vertoont de Hippodroom de film 'De familie Klepkens' als klankfilm. Overigens doet vanaf 28 maart de klankfilm officieel zijn intrede in verschillende Antwerpse cinemazalen.

Daarna programmeert Frans Wijnants een toneelseizoen met enkele kluchtige volksstukken en een operette met Flor Pierré als orkestleider. Met de opening van de Wereldtentoonstelling in april neemt de crisis in het theater toe. Senten en Lenaerts zijn in Majestic vroegtijdig gestopt met hun revue en Wijnants neemt gedeeltelijk de programmatie over. Maar op 5 mei moet ook hij de vertoningen voortijdig stopzetten. Wel volgen in diezelfde maand nog zes voorstellingen van Josephine Baker in de Hippodroom.

 

 
 

- wordt vervolgd -

 
 

Opmerkingen en aanvullingen worden in dankbaarheid aanvaard via contactadres onderaan de startpagina

© Erik Zwysen, 5 december 2003

laatste aanpassing 18 maart 2017