Muziek in het theater

Antwerpen in de jaren 1920

 

 
 


El Bardo Empire Luna PalatinatPalladium Prado Scala Volksgebouw

 

 


Naast de Hippodroomschouwburg op de Leopold De Waelplaats in Antwerpen hielden ook andere Antwerpse theaters er in de jaren 1920 een professioneel orkest op na of organiseerden naast hun andere activiteiten nog een revue- en operettenseizoen.

 
 

Scala
Anneessensstraat
Na het begin van de Eerste Wereldoorlog heropende de Scala in 1915 met revues en operetten. Belangrijkste artiesten zijn dan Louise Lausanne en Toontje Janssens. Maar in 1920 zegde de directie de contracten op en men begon opnieuw als music-hall.
In het seizoen 1921-22 bracht de toenmalige kunstdirecteur Toon De Graef - die voor de oude Scala reeds veel revues had geschreven - zijn revue Anvers-Reclame en vervolgde het seizoen met operetten. Het orkest stond onder leiding van Flor Pierré. Veel artiesten die we later nog in andere operetten- en revuetheaters zullen ontmoeten traden hier op, behalve de reeds genoemden bijvoorbeeld ook Jules Dirickx, Theo Van Pelt en de dames Mertens en Angenot.
Na een seizoen was het afgelopen. De eigenaar van de Scala, de heer Philippart, voerde een loonsvermindering door voor de orkestleden wat leidde tot een conflict met de Toonkunstenaarsvakbond en tenslotte tot het ontslag van het orkest.
De volgende tien jaar, vanaf mei 1922 tot augustus 1931, programmeerde de Scala alleen variéténummers.
 
 

Palladium
Appelmansstraat
Dit theater opende op 31 december 1920 als Music-hall met een orkest onder leiding van de heer Campo.
In februari 1921 begon men met een vast operettengezelschap aan een eerste operettenseizoen. Het orkest stond al die tijd onder leiding van Jan Tasset, die was overgekomen van de Anvers-Palace.
Het tweede seizoen opende op 3 oktober 1921 met een orkest van 28 leden onder leiding van Tasset. Henri Claessens was pianist-begeleider.  Het ballet van twaalf danseressen stond onder leiding van Olga Euler.
In juni 1923 besloten de aandeelhouders van Palladium dat de operettenvoorstellingen hen te veel kostten. Als oorzaken gaven ze aan : de stijging van de salarissen en de hoge taksen van provincie en staat. Men breide er nog een vaudeville-seizoen van een zestal weken aan vast. Daarna sloten de revue Anvers et contre tous van Fernand Servais en Remy Radeska in augustus en september 1923 en enkele operetten en toneel door het gezelschap van de impressario Baret, de korte periode van het Palladium als revue- en operettentheater af.
In januari 1924 is Palladium definitief omgedoopt tot cinema Empire.


Palladium (1921-1923)
Cinematheater Empire (vanaf 1924)
 

 

Empire
Appelmansstraat

Na de heropening op vrijdag 4 januari 1924 van de voormalige Palladium als cinema- en attractieschouwburg Empire werden tijdens de volgende zomerseizoenen tot en met 1928 nog revues, operettes en vaudevilles geprogrammeerd. Diverse Brusselse en Franse gezelschappen kwamen daarvoor naar Antwerpen, waaronder meermaals dat van de Brusselse komiek Darman. In augustus 1924 stond de revue Anvers-Radio van Fernand Servais en Staf Piron op het programma. De dirigent van Empire, Leo Van den Broeck, componeerde hiervoor een oorspronkelijk ballet. Het duo zorgde de volgende jaren nog voor de Antwerpse revues Anvers-Overal en Anvers-Tunnel!. Vanaf 1926 stond het orkest onder leiding van Paul Moreaux. Regelmatig waren andere gezelschappen te gast. In juli 1925 speelde een Franse groep de operette You You van Victor Alix onder leiding van de toenmalige dirigent van het Parijse Apollotheater Paul Florendas. In juli 1927 was het gezelschap van het Brusselse Casino-theater te gast met de operette No, No, Nanette, onder leiding van Max Alexys.

 




Palladium (1921-1923)
Cinematheater Empire (vanaf 1924)

 

Volksgebouw
Meirplaats

Het socialistische volksgebouw - voorheen bekend als het Théâtre des Variétés - opende in september 1920 onder het bestuur van Frans Wijnans. Bedoeling was om naast de gesubsidieerde Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS) een tweede Vlaamse schouwburg voor gesproken toneel tot stand te brengen en zo bij te dragen aan 'de veredeling en ontwikkeling van ons Vlaamsche Volk door het Tooneel'. Een aantal acteurs van de KNS sloten na onenigheid met hun bestuur een contract met het Volksgebouw, zodat onmiddellijk gestart kon worden met eersterangs artiesten. Zoals in de KNS, was ook hier een orkest werkzaam om tijdens de pauzes muziek te brengen. In het eerste seizoen stond dit orkest onder leiding van de violist Emiel Baeyens. Van zijn orkest maakten onder anderen deel uit de trompettist Warnants, klarinettist Van Camp, violist De Backer, fluitist Van den Broecke, celliste Mej.De Bruyne. Vanaf september 1921 was Jules Ardenois orkestleider. Het orkest werd het jaar daarna afgeschaft en vervangen door een orgel, 'teneinde in deze moeilijke tijden eene tamelijk groote en niet bepaald noodzakelijke uitgave te kunnen uitsparen.'
In de zomer van 1922 werd (waarschijnlijk maar) een operette uitgevoerd, Eva van Franz Lehar, met een gezelschap onder leiding van Jules Dirickx en het orkest onder leiding van Henri Galliaert. In juni en juli 1924 trad het operettengezelschap D'Hondt op in het Volksgebouw.
Van mei tot juli 1925 ging ook de directie van het Volksgebouw over tot het inrichten van een operettenseizoen met het operettengezelschap van Jules Dirickx. Als orkestleider werd Henri Kennes aangetrokken. Van zijn orkest maakten onder anderen nog deel uit Mw.Caneau-Corijn, violiste, Thomas, fluitist, Cootmans, Van Hollebeke en Corijn jr.. Kennes bracht er ook enkele composities van eigen hand. Op 9 mei 1925 maakte Charles Janssens hier zijn debuut als beroepsacteur in de operette 'De Dolle Lola' van Fritz Hirsch. Het seizoen besloot met een kunstavond met de tenor Louis Morrisson.
In februari 1926 trad nog eens een orkest op ter gelegenheid van carnaval met de opvoering van het blijspel met zang Robert en Bertrand onder leiding van Henri Galliaert.
De publieke belangstelling voor het gesproken toneel bleek tegen te vallen en de schouwburg werd in 1926 overgenomen door Ernest Kindermans, die zinnens is er samen met Frans Wijnans een operettengezelschap te behouden. Onder de nieuwe naam Prado-schouwburg zou het operettentheater nog een jaar overleven.



Théâtre des Variétés (1904-1914/1919)
Volksgebouw (1920-1926)
Prado (1926-1927)
Cinema Roxy (1928-1962)
 

 

Prado
Meirplaats

Vanaf mei 1926 organiseerden Ernest Kindermans en Frans Wijnans een operettenseizoen in het voormalige Volksgebouw, dat ze nu omdoopten tot Prado-schouwburg. Aanvankelijk was John Coppens er orkestleider. Vanaf einde mei nam Henri Kennes die taak weer op zich. Aan zijn zijde werkte Jef Van Pelt als regisseur, Fé Pasmans was toneelmeester. Kennes pikte weer aan bij de traditie om nu en dan de orkestleden te laten schitteren met solistische uitvoeringen. In juli speelde men een revue van Wijnans en van Charles Tutelier 'De Schaar in !'. Ook Frans Lamoen deed daarin even een optreden.
Na een korte zomervakantie hernamen de operetten. Voornaamste vedetten waren Nini de Boël, Armand Franck, Grietje Mertens, René Bertal en Hilda Landenne. Praktisch elke week moest men een nieuwe operette instuderen, zelden kon men 14 dagen doorspelen. Waarschijnlijk lag dit ook aan het feit dat de Prado voor een belangrijk deel van het publiek nog steeds het socialistische Volksgebouw was, zodat de schouwburg op een beperkt publiek moest terugvallen. Hoe dan ook, na een grootse afscheidsvertoning sloot het theater in mei 1927 om vervolgens te worden verbouwd tot cinematheater.
Consortium van Artisten De artiesten verenigden zich daarna in een consortium en speelden nog een tijdlang in de Vlaamse Opera onder leiding van hun regisseur Jef Van Pelt en orkestleider Henri Kennes. Ze startten het nieuwe winterseizoen 1927-1928 in het Rubenspaleis en vanaf februari speelde men verder in het El Bardo theater.



Théâtre des Variétés (1904-1914/1919)
Volksgebouw (1920-1926)
Prado (1926-1927)
Cinema Roxy (1928-1962)
 

 

El Bardo
Sint-Jacobsmarkt 93

El Bardo was een schouwburgzaal die sinds de opening in 1881 verhuurd werd aan allerlei verenigingen en toneelmaatschappijen.
Vanaf februari 1928 werd de zaal echter verhuurd aan het Consortium van Artisten die overkwamen van de Prado-schouwburg, onder leiding van mevrouw Charlotte Noterman. El Bardo was nu een operettentheater en tot april stond het orkest nog onder leiding van Henri Kennes. Toen deze in april 1928 dirigent werd in cinema Odeon, werd hij voorlopig vervangen door Lode Van de Velde.
Vanaf september 1928 startte mevrouw Noterman met een ambitieus operettengezelschap. Vaste dirigent werd Lode Van de Velde, die overkwam van het Hippodroomorkest. Orkestmeester was de eerste violist L. Torfs en koorrepetent was C. Weltjens. Orkest en koor waren elk 16 man sterk. Het ballet bestond uit zes ballerina's. De leiding van het balletkorps met eerste danseres Mej.Marthy berustte bij Mevrouw Olga Euler. Mevrouw Noterman en René Bertal wisselden elkaar af als regisseur. Op het programma stond onder meer het zangspel Sepp'l op muziek van Emiel Hullebroeck. Regelmatig trad men op in andere provinciesteden zoals Sint Niklaas of Turnhout.
In september 1929 startte een nieuw operettenseizoen, dit keer onder het bestuur van het driemanschap Charlotte Noterman, Lode Van de Velde en Jef Van Pelt, die ook de regie op zich zou nemen. In februari 1930 werd Lode Van de Velde gevierd voor zijn 20-jarige carrière als orkestmeester. In maart creëerde het gezelschap De Meiman, een zangspel op tekst van Jos Janssen en muziek van Juliaan Van Boterdael. Het is de enige creatie van een Vlaams werk dit seizoen. De toondichter dirigeerde zelf de première. In april 1930 ging Van de Velde dirigeren voor de revue van Rik Senten in de zaal Majestic. Ex-dirigent van cinema Roxy Tony Vaes nam het dirigeerstokje over tot het einde van het winterseizoen op 17 april. Het vrijgekomen gezelschap werd aangeworven om in de Hippodroom enkele operetten uit te voeren, maar daar kwam uiteindelijk niets van in huis. Begin mei begon in Antwerpen de wereldtentoonstelling en de theaters waren noodgedwongen te sluiten omdat er geen volk meer opdaagde.
 
 

 

Palatinat - Lunatheater
Carnotstraat 22

Het Palatinat-theater opende in 1910 in het voormalige (eerste) Rubenspaleis, een zalencomplex dat al sinds augustus 1877 bestond. Het werd een operettentheater onder de nieuwe naam Palatinat. Orkestleider tijdens de oorlogsjaren was Jules Falck. In mei 1916 debuteerde hier Nini de Boël onder de toenmalige directeur Gustaaf Verschueren en regisseur Fé Derickx. Ze speelde een rolletje in de operette De musketiers in 't klooster. Rézy Venus was de primadonna. Na de Eerste Wereldoorlog huurde Henry Dirks de zaal en maakte er een bioscoop van die dan vanaf mei 1918 films bracht en variéténummers. Dirks exploiteerde ook al de cinemazalen Odeon, Alhambra en Prins Albert. De laatste filmvertoningen vonden plaats in 1929.
In september 1929 begon Ernest Kindermans met de exploitatie van de Palatinat als operettentheater. Hij herdoopte de zaal tot Lunatheater. Onder zijn bestuur werden operetten, lichtere zangspelen en volkse kluchten opgevoerd. De regisseur was Henri Caspeele en de orkestleider Emiel Verwilst. Viool-solo was de pas van het Conservatorium komende violist Karel Van de Velde. De balletten werden geregeld door de gezusters Mitchy en Liesje Janssens. Bekende acteurs waren onder anderen de heren Constant Devuyst, Adolf Denis en Jan Immers, en de dames Manon Latour, Jeanne Berodes en Mariette Orban. Kindermans programmeerde ook regelmatig oorspronkelijke Vlaamse zangspelen. In november 1929 voerde het gezelschap Het Vrouwtje van Stavoren op, op muziek van Marcel Poot. Van Emiel Hullebroeck werd Cupido Dictator! gespeeld en zijn Knokkelbeen werd op 31 januari 1930 in het Lunatheater gecreëerd. Hullebroeck dirigeerde zelf enkele opvoeringen van deze operette. Het seizoen werd begin juni afgesloten voor verbouwingswerken.

 




Zaal Rubens (1877-1910)
Theater Palatinat (1910-1918)
Cinema Palatinat (1918-1929)
Lunatheater (1929-1933)
 

- wordt vervolgd -

 
 

Opmerkingen en aanvullingen worden in dankbaarheid aanvaard via contactadres onderaan de startpagina

© Erik Zwysen, 6 juli 2011

laatste aanpassing 19 oktober 2016